Per 1 januari 2027 schaft het kabinet de compensatieregeling voor de transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid volledig af. Voor alle werkgevers. Op papier lijkt dat een technische wijziging in de wet. Voor de zorgsector is het veel meer dan dat. Het raakt ziekenhuizen recht in het hart en dwingt ons tot een ongemakkelijke vraag: wanneer verandert een werkgeversrisico in een onbetaalbaar maatschappelijk risico?
Wie de discussie over de transitievergoeding voert vanuit een Haagse vergaderzaal, ziet vooral spreadsheets, begrotingen en bezuinigingen. Wie dagelijks als jurist of HR-professional in een ziekenhuis werkt, ziet een werkelijkheid die zich lastig laat vangen in Haagse spreadsheets. Afdelingen kampen met chronische vacatures, het ziekteverzuim is hoog en de vergrijzingsgolf komt steeds dichterbij.
Zorgprofessionals lopen op hun tenen, terwijl langdurige re-integratietrajecten en een toenemende instroom in de WIA de druk verder vergroten. En dat alles in een sector waar de financiële marges al jaren flinterdun zijn. In ziekenhuizen wordt iedere euro tegenwoordig drie keer omgedraaid voordat hij überhaupt kan worden uitgegeven.
En nu komt Den Haag met de rekening van 2027.
De rekening stopt niet na twee jaar
In het publieke debat bestaat de hardnekkige opvatting dat een werkgever na twee jaar ziekte ‘klaar’ is. Niets is minder waar. De financiële ademhaling van een ziekenhuis stopt niet na 104 weken loondoorbetaling. Denk aan de kosten voor bedrijfsartsen, arbeidsdeskundigen en dure tweedespoortrajecten. Denk aan de vervangingskosten om de patiëntenzorg overeind te houden. En zelfs na die twee jaar blijft de financiële betrokkenheid bestaan. Via de gedifferentieerde WGA-premie of als eigenrisicodrager dragen ziekenhuizen vaak nog jarenlang bij aan de kosten van arbeidsongeschiktheid.
Dat vanaf 2027 ook de volledige transitievergoeding weer voor eigen rekening komt, voelt dan ook niet als ‘goed werkgeverschap’. Het voelt als de zoveelste financiële last die op de zorgsector wordt afgewenteld. Niet omdat we zieke collega’s niks gunnen, maar omdat de grens van het redelijke definitief is bereikt.
Xella op losse schroeven: de hergeboorte van de ‘slaper’
De compensatieregeling werd in 2020 ingevoerd om een hardnekkig probleem op te lossen: het ‘slapende dienstverband’. Werkgevers hielden langdurig zieke werknemers bewust in dienst om de transitievergoeding te ontwijken. De Hoge Raad maakte daar met het beroemde Xella-arrest korte metten mee: je moet als goed werkgever meewerken aan ontslag en de vergoeding betalen. Maar dat hoefde alleen omdat de overheid beloofde die vergoeding achteraf te compenseren.
Nu trekt de overheid de compensatie in, terwijl de verplichting uit het Xella-arrest voorlopig overeind blijft. De Raad voor de rechtspraak luidde onlangs al de noodklok: dit is het recept voor juridische chaos. Want blijft de Xella-norm wel overeind als de compensatie verdampt? Kun je van een financieel noodlijdend ziekenhuis eisen dat het tienduizenden euro’s ophoest zonder enige vorm van compensatie?
Eén ding is zeker: de slapende dienstverbanden staan op het punt om massaal te ontwaken. Het juridische getouwtrek begint weer helemaal opnieuw.
De omgekeerde wereld: betalen voor een lege huls
De regering wil de transitievergoeding hervormen zodat deze weer doet waarvoor zij bedoeld is: de overgang van werk naar werk. Kennelijk erkent de regering daarmee zelf dat de huidige transitievergoeding niet altijd meer aansluit bij haar oorspronkelijke doel. Wie aantoonbaar investeert in re-integratie en scholing, hoeft straks hopelijk minder te betalen.
De beoogde hervorming is er echter nog helemaal niet. Het kabinet draait de volgorde om: de zorgsector krijgt alvast een aanzienlijke extra rekening gepresenteerd, terwijl het instrument dat die rekening moet verlagen nog op de tekentafel ligt. Dat is de omgekeerde wereld.
Meer weten over dit onderwerp?
Vraagt u zich af wat deze ontwikkelingen betekenen voor uw organisatie of beleid? Neem gerust contact op.
Welke ’transitie’ financieren we hier eigenlijk?
Juist in de zorg wringt dat. Niet omdat er onvoldoende werk is, maar omdat veel werknemers die de WIA instromen eenvoudigweg niet meer in staat zijn om dat werk uit te voeren. Wat is de ’transitie’ van een verpleegkundige die na twintig jaar trouwe dienst volledig en duurzaam arbeidsongeschikt raakt en een IVA-uitkering krijgt? Wat is de transitie van een medewerker die medisch gezien nooit meer kan werken?
Dat deze werknemers recht hebben op een vangnet en financiële bescherming, staat buiten elke discussie. Maar waarom moet een individuele zorginstelling die sociale voorziening betalen? De transitievergoeding is in deze gevallen geen arbeidsmarktinstrument meer om mensen aan een nieuwe baan te helpen. Het is verkapte inkomensondersteuning geworden. Een maatschappelijke zorgplicht die geruisloos over de schutting van de zorgwerkgever is gekiept.
Wat betekent dit concreet voor werkgevers?
Veel aandacht gaat momenteel uit naar het haastig benutten van de compensatieregeling zolang deze nog bestaat. Logisch, maar brandjes blussen lost het onderliggende probleem niet op. Los van de juridische discussie moeten zorgorganisaties nu anticiperen. Dit is geen theoretische exercitie meer, maar een harde les in financieel risicomanagement. Werkgevers moeten hun data op tafel leggen:
- Welke transitievergoedingen zijn de afgelopen jaren daadwerkelijk uitbetaald en gecompenseerd?
- Wat was de totale impact geweest als die miljoenencompensatie er niet was geweest?
- Welke financiële voorziening moeten we vanaf 2027 op de balans treffen om deze klappen zelf op te vangen?
Wat betekent dit voor de werknemer?
Op papier verandert er niks: de werknemer behoudt onverkort zijn wettelijke aanspraak op de transitievergoeding. Maar papier is geduldig; de praktijk is dat niet. Omdat werkgevers niet langer worden gecompenseerd, ontstaat er een perverse prikkel om contracten na twee jaar ziekte juist wél te laten slapen.
Werknemers doen er dan ook verstandig aan de ontwikkelingen nauwlettend te volgen. De financiële fundamenten onder het Xella-arrest veranderen ingrijpend en niemand weet hoe de rechter hier vanaf 2027 in zal staan. Juist daarom moeten werkgevers en werknemers tijdig met elkaar in gesprek gaan zodra een terugkeer naar de werkvloer definitief van de baan is. Procederen kan altijd. Maar niemand heeft belang bij jarenlange onzekerheid, slapende contracten en slepende procedures die opnieuw hun weg naar de Hoge Raad moeten vinden.
De overgangsregeling: waar ligt de harde grens?
Het kabinet trekt een scherpe streep met de overgangsregeling:
- Heeft de medewerker vóór 1 januari 2027 de 104 weken bereikt? Dan geldt het oude recht. Als de 104 weken ziekte vóór die datum zijn verstreken, behoudt het ziekenhuis het recht op compensatie via het UWV.
- Wordt de 104 weken bereikt op of na 1 januari 2027? Dan valt de casus onder het nieuwe regime. Zelfs al is de medewerker begin 2025 al ziek geworden: de datum waarop de loondoorbetalingsplicht eindigt, is leidend. Is dat in 2027? Dan is de compensatie definitief verdampt.
Twee slachtoffers van hetzelfde systeem
Als arbeidsrechtjurist in de zorg zie ik te vaak dat werkgevers en zieke werknemers in dit debat tegenover elkaar worden gezet. Dat is onterecht. De langdurig zieke werknemer heeft niet om zijn ziekte gevraagd; die is zijn gezondheid kwijt. Het ziekenhuis heeft hier ook niet om gevraagd; dat is een collega kwijt. Beiden worden geconfronteerd met de gevolgen van een politieke keuze waarbij een collectief risico steeds verder bij individuele werkgevers wordt neergelegd.
Maar er is nog een derde slachtoffer: de achterblijvende collega’s op de afdeling en de patiënt. Want de rekensom is simpel en hard. Iedere euro die een ziekenhuis vanaf 2027 moet reserveren voor een ongecompenseerde transitievergoeding, kan niet worden besteed aan extra personeel, aan (om)scholingen, aan innovatie, aan duurzame inzetbaarheid of aan de zorg aan het bed.
Tot slot
We blijven doen alsof er één partij is die de rekening vanzelfsprekend moet betalen. Dat uitgangspunt verdient op zijn minst een nieuw, eerlijk debat. Want op een gegeven moment houdt het werkgeversrisico op en begint de maatschappelijke grens. En die grens is in 2027 bereikt.
In gesprek
Heeft u een arbeidsrechtelijke vraag of wilt u een situatie verkennen? Neem gerust contact op voor een eerste verkenning.
CONTACT
+31 628 884 624
info@kade44.nl
LinkedIn